Artikel Schift: Het is onmogelijk kiezen tussen muziek en kunst

Dit artikel schreef ik voor online cultureel journalistiek magazine Schift:

Het leidt vaak tot verwarring: na een studie kunstgeschiedenis werk ik nu aan een proefschrift over muziek. Mensen uit de kunstwereld vinden het raar dat ik met muziek bezig ben, mensen uit de muziekwereld vinden het vreemd dat ik een kunstachtergrond heb. Zonder twijfel kan ik halverwege mijn promotieonderzoek constateren dat de meest gestelde vraag is: waar wil je nou eigenlijk in verder? Mijn antwoord is steevast dat ik helemaal niet wil kiezen. Door me te verdiepen in muziek ben ik anders gaan kijken naar beeldende kunst; kunst is een verrijking in het bestuderen van muziek. Als het gaat om betekenisgeving en ervaring, bieden beeldende kunst en muziek elkaar een onmisbare context.

Portret Kandinsky, door Gabrielle Munter, 1906.

Ik vond het altijd lastig onder woorden te brengen waaruit deze context bestond, tot ik een bezoek bracht aan de tentoonstelling Schönberg & Kandinsky, momenteel te zien in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. De wisselwerking tussen kunst en muziek is hier het uitgangspunt. Arnold Schönberg (1874-1951) is een beroemd componist, die daarnaast niet onverdienstelijk schilderde. Zijn tijdgenoot en vriend Wassily Kandinsky (1866-1944) is bekend om abstracte schilderwerken die hij als muzikale composities benaderde. Door bemiddeling van Kandinsky nam Schönberg als amateurschilder deel aan de eerste tentoonstelling van diens kunstenaarscollectief Der Blaue Reiter in 1911. Eerder dat jaar had Kandinsky de componist een brief geschreven na het bijwonen van een concert van Schönberg’s werk. De schilder schreef:

‘In uw werk heeft u verwezenlijkt waar ik zo lang naar verlangd heb in de muziek. Het eigen leven van de individuele stemmen in uw composities, dat is precies wat ik ook probeer te vinden in mijn schilderijen.’

Tegendraads

Rond de tijd dat Kandinsky dit schreef, had Schönberg al roem vergaard met zijn twaalftoonssysteem en de tegendraadse, modernistische muziek die hij hiermee componeerde. Deze atonale muziek was voor Kandinsky een inspiratiebron om de grenzen van de schilderkunst op te zoeken. Wat tonaliteit en melodie in de muziek is, is compositie en figuratie in de schilderkunst. Het loskomen van de wetten van de figuratieve schilderkunst is een proces waarin Kandinsky en zijn collega-schilders stukje bij beetje hun weg in vonden.

Dat het toewerken naar abstractie een proces is geweest en niet een verandering van de ene op de andere dag, laat ook de schilderkunst van Schönberg zien. Sommige werken zijn zo impressionistisch dat de vrolijkheid en onschuld er vanaf spat. Iets dat je totaal niet met zijn atonale muziek zou associëren. Die kenmerkt zich juist veel meer door drama en spanning. Iets van deze spanning is terug te vinden in de schilderijen waarin Schönberg richting een abstracte beeldtaal werkt. Wanneer de vorm ondergeschikt raakt aan de kleur, kan deze op haar beurt haar eigen kracht tonen. Dit is een kracht die het vraagt om ervaren te worden, in plaats van dat zij een verhaal vertelt. Dat verhaal moet je er zelf bij verzinnen, door middel van je eigen ervaringen. Op deze manier ontwikkelde Schönberg zijn schilderijen van vertelkunst tot ervaringskunst.

Schonberg & Kandinsky

Scheldwoord

Deze ontwikkeling lijkt voort te vloeien uit zijn muzikale werk. Met zijn atonale muziek zette Schönberg zich af tegen de groots meeslepende romantische muziek die aan het begin van de twintigste eeuw in zwang was. Om te begrijpen hoe vooruitstrevend en onconventioneel Schönberg’s muziek was, hoef je alleen maar te denken aan de beruchte première van Stravinsky’s Sacre du Printemps in de Parijse Opera in 1913. Ook dit stuk kenmerkt zich door een breuk met conventionele wetten rondom melodie en klank. Met zijn atonaliteit zette Schönberg een volgende stap. Zoals zo vaak gebruikte een journalist de term ‘atonaal’ eerst als scheldwoord, om neerbuigend te doen over de nieuwe muziek. Maar al snel werd het als onderscheidende term opgepakt. Er werd muziek mee bedoeld die niet iets verbeeldt en niet naar een bestaande werkelijkheid refereert, maar waarin de klanken op zichzelf staan en gezocht wordt naar de grenzen van wat aangenaam en gewend is.

Als je Schönbergs muziek voor het eerst hoort, kan dit een ruwe en moeilijke kennismaking zijn. Je hebt begrip nodig van de context waarin de muziek is ontstaan en het vergt inspanning om te ontdekken wat je er zelf mee kan. Het tweeluik dat geboden wordt door het Joods Historisch Museum is daarom een waardevolle introductie. Het deed mij vooral beseffen hoe abstractie een op zichzelf staande taal is en wat voor uitdagingen dit met zich meebrengt voor kunstenaars die ermee werken. Als er geen werkelijkheid is waarnaar je verwijst, hoe kom je dan tot een consequent geheel? In haar essentie is muziek een compleet abstract gegeven. Klanken krijgen pas betekenis als de componist ze om een bepaalde reden tot elkaar verhoudt. Maar die reden hoeft voor de luisteraar geenszins van belang te zijn in de betekenis die hij of zij aan de muziek toekent.

Schiele, portet van Arnold  Schonberg, 1917.

Hetzelfde geldt voor abstracte schilderkunst. Dat kan een veelvoud aan betekenissen krijgen, afhankelijk van wie je het vraagt. Het is wederom het verschil tussen vertelkunst en ervaringskunst. Je hoeft niet altijd iets volledig te snappen om het toch in alle intensiteit te kunnen ervaren. En die ervaring is op zichzelf waardevol genoeg. De dynamiek die tussen muziek en schilderkunst bestaat is van grote inspiratie geweest voor zowel Schönberg als Kandinsky.

Ontaard

Dat deze tentoonstelling plaatsvindt in juist dit museum is niet vreemd. Schönberg was van Joodse afkomst, raakte in de problemen met zijn artistieke visies toen zijn kunst als ‘ontaard’ werd bestempeld in een steeds antisemitischer wordend Europa in de jaren dertig, en de antisemitische uitlatingen van Kandinsky zorgden er uiteindelijk voor dat Schönberg het contact met hem verbrak. Maar uit de periode waarin de twee kunstenaars nog door een deur konden, blijkt maar al te zeer hoe vruchtbaar de wisselwerking tussen beeldende kunst en muziek kan zijn.

Hoewel niet iedereen even enthousiast was over zijn schilderkunst en ondanks dat het hem veelvuldig gevraagd moet zijn, maakte Schönberg nooit de keuze tussen muziek en kunst. Gelukkig niet zeg. Samen versterken ze de artistieke visie die Schönberg te vuur en te zwaard verdedigde, en waarmee hij op zijn beurt jongere generaties nog altijd van inspiratie voorziet om beide kunstvormen vooral met elkaar te blijven verbinden.

De tentoonstelling Schönberg & Kandinsky. Tegendraads in Kunst en Muziek is nog t/m 16 maart 2014 te zien.

© Schift, januari 2014

Afbeeldingen:
Gabrielle Munter, Portret van Kandinsky, 1906.

Arnold Schonberg, Blik, 1910 (Arnold Schonberg Centrum, Wenen)
Arnold Schonberg, Begrafenis van Gustav Mahler, 1911 (Particuliere collectie)
Wassily Kandinsky, Ontwerp voor Compositie IV, 1911 (Triton Foundation)
Wassily Kandinsky, Geel Centrum, 1926 (Boijmans van Beuningen)
Egon Schiele, portret van Arnold Schonberg, 1917.

Advertisements

2 thoughts on “Artikel Schift: Het is onmogelijk kiezen tussen muziek en kunst

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s